INSTRUCTIE

AIRTRAILER MONO

  1. KOPPEL DE AIRTRAILER BIJ HET LATEN ZAKKEN OF HET OMHOOG KOMEN ALTIJD AAN UW AUTO.
  2. ATTENTIEPUNTEN BIJ HET LATEN ZAKKEN VAN DE AIRTRAILER:
    A. ONTGRENDEL DE ACHTERKLEP EN LAAT DEZE ZAKKEN.
    B. ZORG DAT DE VEILIGHEIDSPEN (AAN LINKERKANT VAN DE AIRTRAILER) UITGETROKKEN IS. DOOR HET IETS DRAAIEN VAN DE PEN ZET U DEZE VAST, ZODAT DE VEILIGHEIDSPEN NIET MEER IN DE “DRIEHOEK” VALT.
    C. ZET HET ZWENKWIELTJE NAAR BOVEN ZODAT DE AIRTRAILER HIER NIET OP KOMT TE LIGGEN.
    D. LAAT DE LUCHT UIT DE LUCHTBALG LOPEN DOOR HET VENTIEL BOVEN DE LUCHTBALG IN TE DRUKKEN.
  3. RIJDT UW MOTORFIETS OP DE AIRTRAILER, TOT IN DE WIELKLEM OF TOT IN DE WIELBEUGEL. IN HET GEVAL VAN EEN WIELBEUGEL MOET U EERST UW MOTORFIETS OP DE ZIJSTANDAARD ZETTEN, VOORDAT U DE SPANBANDEN BEVESTIGD.
  4. BEVESTIG DE SPANBANDEN (ADVIES 4 STUKS VOOR EEN MOTORFIETS).
  5. POMP DE AIRTRAILER OP D.M.V. EEN 12V COMPRESSOR OF EEN FIETSPOMP, WELKE U AANSLUIT OP HET VENTIEL VAN DE LUCHTBALG.
  6. POMP DE AIRTRAILER OP TOT ONGEVEER 2 CM (EEN DIKKE DUIMDIKTE) ONDER HET AANSLAGPUNT. CONTROLEER DIT OOK AF EN TOE TIJDENS DE RIT (ER KAN DOOR TEMPERATUURVERSCHIL ENIGE VARIATIE OPTREDEN).
  7. LET OP: OP HET MOMENT DAT DE AIRTRAILER WEER OMHOOG IS LAAT U DE VEILIGHEIDSPEN WEER IN DE “DRIEHOEK” VALLEN.
  8. ZORG VOOR EEN GOEDE GEWICHTSVERDELING.DE JUISTE POSITIE VAN DE STEADY-STAND IS DAT HET ACHTERWIEL CA. 20 CM OP DE ACHTERKLEP STAAT. STANDAARD STEADY-STAND POSITIE PAST BIJ EEN WIELBASIS VAN 1.55 -1.65 METER.
  9. ADVIES BANDENDRUK: BIJ EEN MOTORFIETS VAN 200 KG 1.9 BAR, BIJ EEN MOTORFIETS VAN 300 KG 2.6 BAR EN BIJ EEN MOTORFIETS VAN 400 KG 3.3 BAR. AIRTRAILER MONO WORDT STANDAARD AFGELEVERD OP 2.6 BAR.

EEN GOEDE REIS EN VEEL VEILIGE KILOMETERS TOEGEWENST!